Sannetje van Haarst aan het werk in haar tuin. Photo: ©Marwan Magroun

Achter de schermen: IK BEN EEN SOCIALE EENPITTER

In gesprek met Sannetje van Haarst

Sannetje van Haarst is productiecoördinator bij de internationale beeldencollectie SIR, oftewel Sculpture International Rotterdam. Zij ziet toe op het realiseren, beheren en (her)plaatsen van de beeldhouwwerken in de collectie van dit bij CBK Rotterdam behorende programma. Behalve veel liefde voor kunst in de stad heeft Van Haarst als tuinontwerper ook nauwe affiniteit met de natuur. Verkenning van stad en land met een eigenzinnige, actieve verbeeldenaar. ‘Ik zit nooit stil. Altijd buitenspelen.’

Tekst: Annemiek van Grondel

‘Openheid voor diverse perspectieven is belangrijk voor een fascinerende stad’, zei Dees Linders, de vroegere artistiek leider van SIR, in 2010, tijdens de onthulling van een sprookjesachtig ‘popartig’ kunstwerk. Want deze uit twee delen bestaande The Idler’s Playground van de Duitse beeldhouwer Cosima von Bonin weerspiegelt meerdere manieren van kijken naar ons dagelijks bestaan. Wat zien we? Een scheidsrechterstoel met daarop Pinokkio, wiens meterslange neus recht door een tegenoverliggende paddenstoel priemt. Het bankje eronder nodigt uit tot reflecteren over de wereld om ons heen of tot simpelweg onbezorgd lanterfanten. Het kunstwerk, dat met een experimentele performance bij het Hofplein werd onthuld, staat nu in een parkje aan de Putselaan, nabij metrostation Maashaven. De lange neus van Pinokkio en het bankje zijn dankbare zitobjecten voor neerstrijkende vogels van allerlei pluimage. Die open blik op de wereld en een brede belangstelling kenmerken Linders’ rechterhand voor vele jaren Sannetje van Haarst.

Rock en rumoer

Een bouwkeet was het allereerste wat Sannetje van Haarst zag van de wereld. We schrijven Meppel in het jaar 1966. Het was het onderkomen van haar netgetrouwde ouders, een oost-westverbintenis tussen een Haarlemse en een Tukker. ‘Mijn vader was aannemer en die bouwkeet diende als voorlopig woonverblijf’, legt Van Haarst uit. Kort daarna, ze was één jaar oud, verhuisde het gezin naar Enschede. Het stadscentrum van die stad was, net als dat van Rotterdam, in de Tweede Wereldoorlog grotendeels verwoest door bombardementen. In de decennia erna werd Enschede langzamerhand hersteld en keerden de levendigheid en het rumoer terug.

De woorden ‘leven’ en ‘rumoer’ zijn ook van toepassing op Van Haarst

De woorden ‘leven’ en ‘rumoer’ zijn ook van toepassing op Van Haarst, die in haar jeugd vaste bezoeker was van het roemruchte jongerencentrum annex poppodium De Kokerjuffer, een progressief, van ruige rock zinderend honk waar wiet al was gelegaliseerd. Toen dat in 1983 ter ziele ging, sympathiseerde zij met een strijdbare groep die een eigen poppodium voor de stad eiste. En dat kwam er: in het nieuwe Atak werden decennialang optredens van binnen- en buitenlandse bands geprogrammeerd.

Sannetje van Haarst - Photo: ©Marwan Magroun
Sannetje van Haarst –
Photo: ©Marwan Magroun

Ongeveer terzelfdertijd, Van Haarst was zeventien jaar oud, werd ze het slachtoffer van een zwaar motorongeluk. ‘Daarvan moest ik revalideren’, vertelt ze. ‘Ik kon niet eens meer trappenlopen.’

Een paar jaar na deze ingrijpende gebeurtenis pakte ze haar leven weer op en vervolgde haar opleiding aan de mbo-opleiding Mode en Kleding. Maar het was tijd geworden een sluimerende ambitie te activeren: de kunstacademie, AKI. Die wens werd gemakkelijker ingewilligd dan verwacht. Gniffelend: ‘Er was een aanmeldingsprocedure voor de academie, maar ik kreeg na het toelatingsexamen prompt een acceptgiro voor het inschrijfgeld in de bus, die ik grif betaalde. Bleek later dat het een administratieve fout was. De coördinator vroeg verbaasd hoe ik op de opleiding terechtgekomen was. Maar ik mocht blijven.’

Avant-garde op de AKI

Op de AKI volgde Van Haarst de richting Monumentale Vormgeving. ‘Denk bij monumentale vormgeving niet alleen aan driedimensionale kunstwerken in de openbare ruimte, maar ook aan gebouw-gebonden kunst en design’, vertelt ze. ‘Net als aan wandschilderingen of wandkleden in ziekenhuizen en bedrijven, of aan Karel Appels glas-in-loodapplicatie in de voorgevel van het Hofpleintheater. Monumentale vormgeving gaat uit van de locatie en is vaak ruimtelijk. Installaties heb ik op mijn kunstacademieopleiding veel gemaakt. Maar ook muziek- en andere performances vallen eronder.’

De avant-garde is nodig om maatschappelijke ontwikkelingen te bevragen. En jezelf te onderzoeken: waarmee wil en kun je je identificeren?

De AKI noemt Van Haarst een ‘heel vooruitstrevende school’. In de jaren zestig en zeventig introduceerde directeur Joop Hardy er vrije, moderne kunst en ontwerp en hamerde op zelfontplooiing door eigen werk. ‘AKI was een van de meest vrije academies, nog vrijer dan de Rietveld’, zegt ze. ‘Joop Hardy en later Sipke Huismans waren verantwoordelijk voor het instituut. Zij waren idealistisch en stelden in kunst het sociale, humanistische aspect centraal, het samenleven in verschillende lagen. Volgens hen was het wezen van kunst in elke laag van de maatschappij genesteld. De avant-garde is nodig om maatschappelijke ontwikkelingen te bevragen. En jezelf te onderzoeken: waarmee wil en kun je je identificeren?’

Publiek schandaal

Van Haarst zoog alle informatie in zich op en experimenteerde gretig in haar eigen identiteitszoektocht, onder meer in Spanje. Daar liep zij, na een spoedcursus Spaans, begin jaren negentig stage in Cuenca, op de faculteit voor schone kunsten van de universiteit van Castilla-La Mancha. Het was een wilde tijd, waarin ze getalenteerde mensen leerde kennen, zoals de later naar Nederland verhuisde kunstenares Lara Almarcegui. Tussen alle artistiekelingen op de academie, die gevestigd was in een voormalig klooster, viel de eigenzinnige AKI-studente niettemin op. ‘Ze noemden me The Sitting Bull from Holanda’, vertelt ze, verwijzend naar de spraakmakende performance die zij met haar huisgenote uitvoerde in het trappenhuis dat leidde naar de kerk. ‘Ik had de delen van een koe over mijn hele lichaam getekend en mijn studiegenoot Covadonga de la Vega verorberde op hetzelfde moment aan de andere zijde van de ruimte een enorm stuk rauw vlees. Ze bestempelden ons als anarchisten.’ Escándalo público!, kopten de kranten. Niet geheel ten onrechte. Ze lacht. ‘Een soort Pussy Riot avant la lettre waren we, ja. Dat viel niet zo lekker in een land met nog talloze verwijzingen naar het bewind van Franco, van bankbiljetten tot standbeelden en straatnamen.’

Een soort Pussy Riot avant la lettre waren we

Zodra iets gezapig dreigt te worden, houdt Van Haarst ervan de boel op te schudden en ons te wijzen op de noodzaak van kunst voor de mens. Vol vuur: ‘Heel vroeger betekende kunst “verheffing van het volk”. Kunst zorgt ervoor dat je schoonheid ervaart, er een kíck aan beleeft. Willem I en II verstrekten opdrachten aan kunstenaars en maakten hun collecties voor iedereen toegankelijk in musea. Door de eeuwen heen is dat urgente gevoel langzaam maar zeker verwaterd. Tegenwoordig vinden veel mensen dat kunst haar waarde heeft verloren. Neem de bezuinigingen op de cultuursector door Halbe Zijlstra zo’n tien jaar terug, tijdens het eerste kabinet Rutte. Kunst en cultuur zijn bijzaak geworden, een hobby!’

Het Wilde Weten

Mede dankzij collega-kunstenaar Jeroen Jongeleen, die Van Haarst nog kende van de AKI, belandde ze eind jaren negentig in Rotterdam en in een atelier bij Het Wilde Weten. Voor dat kunstenaarsinitiatief wierp ze zich op als penningmeester en organiseerde er exposities en een aantal keren de WildeBoekenMarkt. Terwijl ze in Rotterdam woonde en werkte, breidde Van Haarst haar netwerk ook uit in de rest van het land. Zoals in de hoofdstad. Strijdbaar en sociaal is Van Haarst, nu 55, nog immer, met duidelijk hart voor de zaak, zo blijkt uit haar kleurrijke carrière. Via haar kunstgeschiedenisdocent Sebastián Lopéz vond ze emplooi bij The Gate Foundation op de Herengracht in Amsterdam. ‘Die stichting, begin jaren negentig opgericht door Els van der Plas, de huidige zakelijk directeur van het Bonnefantenmuseum in Maastricht, heeft bestaan tot 2006’, vertelt Van Haarst, die de laatste jaren het archief van niet-westerse, in Nederland wonende kunstenaars beheerde en activiteiten organiseerde. ‘We schonken veel aandacht aan niet-westerse kunst en internationalisering van de kunstwereld. De eerste expositie was gewijd aan moderne Indonesische kunst en de laatste was getiteld A Short History of Video Art. Una breve historia del video arte holandes. Uiteindelijk is de stichting weer opgeheven, want de toenmalige minister van Cultuur en Media was van mening dat niet-westerse kunst al genoeg gerepresenteerd werd in Nederland. Het archief en de bibliotheek hebben we ondergebracht bij het Van Abbemuseum.’

Rotterdam wemelt van de iconische kunstwerken, van uiteenlopende binnen- en buitenlandse makers

Door diverse omzwervingen in de kunstwereld dijde haar netwerk steeds verder uit. Haar activiteiten waren en zijn talrijk. Zo regelde ze kort projecten voor ontwerper Hella Jongerius. Ook is ze nog steeds adviseur van kunstenaar Erik van Lieshout. Op dit moment verzorgt Van Haarst de beeldselectie en presentatie van een boek over de constructivistische kunstenaar Naum Gabo. Enthousiast: ‘Het boek behandelt één beeld van hem, de bekende constructie die voor de Bijenkorf staat. Gabo. Portret van een beeld. Gabo. Portrait of a sculpture bevat bijdragen van onder anderen Patricia van Ulzen, collega Siebe Thissen, hoofd BKOR en oud-collega Dees Linders, voorheen artistiek leider van SIR. Dees is ook de initiator van deze publicatie.’

Kunst is van iedereen

Rotterdam wemelt van de iconische kunstwerken, van uiteenlopende binnen- en buitenlandse makers. Iedereen kent de beelden van Zadkine, Henry Moore, Willem de Kooning, Karel Appel, Naum Gabo en Joep van Lieshout. Vanaf de naoorlogse wederopbouw spanden particuliere kunstverzamelaars zich in de stad op te luisteren door spraakmakende internationale beelden aan te kopen. Dat werd in 1960 overgenomen door de Commissie Stadsverfraaiing van de gemeente Rotterdam, die tot eind jaren zeventig 21 beelden van kunsthistorische waarde verwierf. Bijvoorbeeld Alexander Calders Le Tamanoir (De Miereneter), in 1965 door de Gemeente Rotterdam aangekocht voor de nieuwbouwwijk Hoogvliet. Het is een van de meest waardevolle sculpturen in de openbare ruimte van Nederland. ‘Sommige mensen vinden het zonde dat het op zo’n anonieme plek staat en niet in het centrum’, zegt Van Haarst. ‘Wim Pijbes, indertijd directeur van de Kunsthal, voerde die discussie ook. Ik hink op twee benen: het beeld is van iedereen. Het is jammer dat minder mensen het zien, maar anderzijds, de wereld is zo klein. Als je naar Madrid vliegt, waarom stap je dan niet in de metro? Die brengt je vanaf CS in een mum van tijd naar Hoogvliet. Ga via de Beneluxbaan door naar Hoogvliet en terug via de andere metrolijn via Pendrecht en Zuidplein over de Maas- en Leuvehaven. Wist je dat Pendrecht is ontworpen door een Bauhaus-architect, Lotte Stam-Beese? Dan heb je een uiterst interessante trip door het industriële landschap van Rotterdam, inclusief een kijkje op de Hoogovens.’

Van Erasmus tot Rodin

In 2007 belandde Van Haarst bij Sculpture International Rotterdam, dat toen nog Internationale Beelden Collectie heette. SIR beheert circa 65 publieke kunstwerken van de stad. Het programma werd geleid door Dees Linders, die in 2006 de naamsverandering voorstelde. Bij SIR werkt Van Haarst 24 uur per week, naast haar activiteiten als ZZP-er.

Een van de haar meest dierbare beelden uit de collectie is dat van Desiderius Erasmus, ontworpen door Hendrick de Keyser. Het is het oudste bronzen standbeeld, niet alleen van Rotterdam, maar van heel Nederland. ‘Het Erasmusbeeld, in 1622 gegoten en geplaatst op de Grotemarkt, was een geschenk van de burgers aan de stad’, vertelt ze. ‘Het overleefde het bombardement in mei 1940. In de oorlog werd het beeld door Rotterdammers onder zandzakken verborgen op de binnenplaats van Boijmans Van Beuningen. Inmiddels heeft het sinds 1964 een vaste plaats op het Grotekerkplein bij de Laurenskerk.’

Een van de haar meest dierbare beelden uit de collectie is dat van Desiderius Erasmus

Hoewel Van Haarst vooral met uitvoerenden werkt, gaat zij ook regelmatig met kunstenaars in conclaaf. Dan komt van pas dat zij een kunstopleiding heeft gevolgd en zelf als ontwerper actief is. ‘Als kunstenaar ben je altijd oplossingsgericht bezig. Je gaat uit van een bepaalde materialiteit’, zegt ze. ‘Daarom is kunst zo interessant. Je moet scherp zijn en blijven.’ Van Haarst is naar eigen zeggen een ‘manusje van alles’, die tegelijkertijd sociaal is als solistisch opereert.  ‘Ik ben een eenpitter. Regelmatig wordt me verweten dat ik niet zo goed kan delegeren. Je hoeft het niet allemaal zelf te doen, wordt dan gezegd.’

Het geweten van SIR

Kunst- én mensenkennis, gepaard met een pragmatische instelling, zijn belangrijke eigenschappen voor een SIR-madam. Van Haarst: ‘Stel: een beeld moet worden verplaatst. Het werk zou ergens tijdelijk staan, of de context verandert. Dan zoeken we, met de kunstenaar en andere betrokkenen, een andere locatie. Daarbij heb je uiteraard te maken met het publiek, dat zich vaak aan een kunstwerk of plek hecht en soms juicht, dan weer protesteert. Maar ik kan zo’n beslissing ondersteunen en motiveren. Daarbij put ik uit onze uitgebreide kennis van kunst in de publieke ruimte. Vergeet niet: ruimte is nu eenmaal schaars.’

Globale technische knowhow heeft de bureaucoördinator van SIR opgedaan bij ingenieurs en industrieel ontwerpers. ‘Ik ben geen technicus, dat hoeft ook niet. Je opereert altijd in nauwe samenspraak met Stadsbeheer en Stadsontwikkeling. Het kunstwerk komt in de publieke ruimte te staan en dus moeten we ervoor zorgen dat het veilig is. Je bent verplicht te voorkomen dat iemand erop klimt en vervolgens een doodsmak maakt.’ Ook is er zorg voor de plek zelf. Zo ligt onder het Hofplein, de eerdere locatie van The Idler’s Playground – ‘Speelplek voor de Uitvreter’ noemt zij het –, een historisch riool. ‘Die grond kan en mag je niet te veel belasten om ons en ons drinkwater niet in gevaar te brengen’, vertelt ze. ‘We onderzochten met ingenieurs van het Bureau Leidingen of we het kunstwerk daar konden plaatsen.’

Het kunstwerk komt in de publieke ruimte te staan en dus moeten we ervoor zorgen dat het veilig is

Een ander object dat menige hoofdbrekens kostte is het kinetische kunstwerk Two Turning Vertical Rectangles op het Binnenwegplein. De acht meter hoge roestvrijstalen constructie met bewegende rechthoeken ter hoogte van ruim twee meter van George Rickey werd in 1971 onthuld. In 2012 werd het werk verwijderd vanwege ‘hoofdstootgevaar’ en na drie jaar op een hogere sokkel teruggeplaatst. Maar toen reed op het net nieuw ingerichte Binnenwegplein een vrachtwagen (of busje: de dader ligt op het kerkhof) tegen het kunstwerk aan, waardoor het ernstig werd beschadigd. Van Haarst: ‘De platen kwamen los te zitten. Die dag stormde het zo angstaanjagend, dat het levensgevaarlijk werd. Stond ik met Theo Laport van Stadsbeheer het publiek te gebaren op afstand te blijven. Uiteindelijk zijn de vleugels van de mast getild en hersteld. Ook op de mast waaraan die vleugels hingen moesten door Tjalling de Vries van het ingenieursbureau opnieuw berekeningen worden losgelaten. Want, geloof het of niet, het waait tegenwoordig meer en nog harder dan dertig jaar geleden.’ Sinds september vorig jaar schitteren de rechthoeken weer fier op het Binnenwegplein. Met Stadsbeheer en Stadsontwikkeling heeft Van Haarst veel overleg als het om onderhoud van de kunstwerken gaat. ‘Besloten is om een kraag van paaltjes om het beeld heen te laten plaatsen’, zegt ze. ‘Het maakt de sculptuur en de omgeving er niet per se mooier op, maar wel stukken veiliger.’

Een natuurlijke switch

Hoewel Van Haarst zielsveel houdt van haar werk bij SIR, blijft ze die ‘eenpitter’ met een wijde blik. ‘De werkzaamheden zijn heel gevarieerd. Maar op een gegeven moment moet je ruimte maken voor anderen. Een organisatie moet kunnen verjongen. Ik denk erover om binnen een paar jaar weg te gaan, hoe boeiend het werk ook is.’

Ik ga helemaal los met tekenen, minimaal één avond in de week

Een voorschot op dat nieuwe leven heeft ze alvast genomen door het volgen van een opleiding tot tuinontwerper. Haar eigen bedrijf Phlox Tuinontwerp was in 2018 een feit; een jaar erna werd een creatie van haar genomineerd voor het groenfestival Gardenista. ‘Mijn grootmoeder was een apotheker en tuinfanaat, met veel medicinale plantenkennis. Ook hield ze van kunst. Zo wees ze mij op alle planten die op schilderijen en Griekse vazen te zien zijn’, vertelt Van Haarst, die gek is op alles wat groeit en bloeit en elk vrij moment te vinden is in haar tuin op Volkstuindersvereniging Blijdorp. ‘Ik zit nooit stil. Altijd buitenspelen’, verklaart ze. ‘Vandaar dat ik de studie tuinarchitectuur ben gaan volgen op mijn vijftigste. Dat is fantastisch: ik ga helemaal los met tekenen, minimaal één avond in de week. Ik ontwerp op de tekentafel en de computer, met landscaping architecture-software. Dan voel ik me teruggeworpen naar mijn kunstacademietijd.’

Haar persoonlijke smaak? ‘Ik houd van een wilde, beetje rommelige tuin, met zoveel mogelijk ongeremd natuurlijke beplanting’, zegt ze. ‘In mijn eigen tuin ben ik democratisch, maar in monumentale, strenge vormgeving ben ik ook thuis. Heggen in symmetrische vormen snoeien, dat werk. Dus wil men een snoeistrakke tuin, dan lever ik dat met liefde.’

Ik houd van een wilde, beetje rommelige tuin, met zoveel mogelijk ongeremd natuurlijke beplanting

Publicatiedatum: 23/04/2021